Doofheid
Er is een samenhang tussen de witte kleur in een vacht en stoornissen van het gehoor. Doofheid bij witte dieren komt voornamelijk door een verbintenis van de witte genen en de ongekleurde vacht.
In het normale oor worden geluidsgolven door de haarcellen omgezet in prikkels waardoor het verder gaat naar de hersenen.
Bij de erfelijke aangeboren doofheid treedt er vermindering op van de bloedvoorziening in het middenoor. Dat leidt tot afsterven van de haarcellen. Dit begint na de geboorte en duurt meestal 3-4 weken met week 5 is het voltooid. De afbraak van de bloedvaten in het slakkenhuis is vermoedelijk het gevolg van een afwezigheid van pigmentkorrels in het middenoor. Deze pigmentkorrels zijn heel erg belangrijk in de stria vascularis ze worden ook onderdrukt door het gen wat verantwoordelijk is voor de witte kleur. Ook honden met een blauw oog hebben een verhoogde kans op doofheid en wordt daarom ook door vele niet gewenst.
Erfelijke aangeboren doofheid kan eenzijdig of aan beide kanten voorkomen.
Het vaststellen is niet eenvoudig het wordt gedaan door een BEAR-test (Brainstem Auditory Evoked Response.) De manier waarop deze trillingen worden opgewekt en het meten van de stroompjes die hierdoor in de verschillende zenuwknoppen ontstaat, is de BEAR methode.
Voordat dit onderzoek begint wordt er eerst gekeken of er niet een simpele verklaring zou kunnen zijn. Een oorontsteking of veel vuil in het oor.
Voor het onderzoek moeten de honden licht verdoofd worden. Dit om te zorgen dat lichte beweging het testresultaat niet kan beïnvloeden. Dan worden er elektroden bij de hond aangebracht één bij elk oor en boven op de kop. Om de beurt wordt er in een oor een oordopje geplaatst en hier gaan geluiden door heen. Op een scherm zijn dan wel of geen activiteiten te zien.
Bij rassen met een witte of merle-kleuring kan de erfelijke aangeboren doofheid voorkomen. Dit zou dus ook onderzocht moeten worden. En niet zoals veel al gebeurt in een doofpot stoppen.